|

'Goedemorgen, meneer... Spreek ik met Centor?'
'Goedemorgen mevrouw. Ja, dat klopt'.
'Gelukkig, maar. Ziet u, ik heb een probleem en nu hoop
ik dat u mij daarbij kunt helpen. U huurt toch computerspecialisten
in? Ik bedoel van die jongens die erg handig zijn met
computers en zo..?'
'Centor is een detacheringsbureau voor Oracle-specialisten.'
'Ja, da's ook goed. Een Oracle is zeker een computer?'
'Nee, mevrouw, Oracle is een bedrijf dat software maakt
en...'
'Geeft niet jongeman. Kijk, het zit zo. Ik heb een kleinzoon
en die kan heel aardig met die computers uit de voeten.
Ik zelf weet er niets van hoor. Ik ben ook al 84, weet
u. Mijn man zaliger heeft zelfs nooit van computers
af geweten. Toen hij stierf bestonden die dingen nog
niet en...'
'Mevrouw...'
'Ja, meneer?'
'Ik heb mensen die op me staan te wachten. Kunt u ter
zake komen?'
'Natuurlijk. Waar hadden we het ook alweer over?'
'Uw kleinzoon was erg handig met computers.'
'O ja. Hij is een echte wizzit en...'
'Whizzkid..'
'Dat ook. En het zou zo leuk zijn als u hem nu een baantje
op dat gebied zou kunnen bezorgen. Niet full time hoor.
Hij is per slot van rekening nog maar twaalf, maar voor
de woensdagmiddag of zo. Het is weer wat anders dan
foldertjes rondbrengen, hè...'
'Mevrouw, uw kleinzoon is nog wat jong voor dit werk.
Wij hebben volwassen mannen en vrouwen nodig die wij
als het ware verhuren aan mensen die dat soort specialisten
nodig hebben. Dat zijn meestal bedrijven en zo.'
'O... Bedoelt u daarmee te zeggen dat mijn kleinzoon
nu niet welkom is bij u?'
'Mevrouw, hij is welkom over een jaar of zeven, acht.
Als hij dan nog steeds zo in computers geÏnteresseerd
is, als hij zich dan heeft gespecialiseerd in Oracle
en als hij op dat vlak dan een van de besten in het
veld is, moet hij maar eens komen praten.'
'Ik denk dat ik IBM nog maar even bel. Goedemorgen.'

|