|
Voor
een relatief snelle en goedkope automatiseringsoplossing
van bedrijfsprocessen kan worden gekozen voor een standaardpakket.
Na een zorgvuldige analyse van de bedrijfsprocessen
kan een pakketkeuze worden gedaan. Het pakket moet uiteraard
zo goed mogelijk aansluiten bij de gewenste functionaliteit.
Daar waar de gewenste functionaliteit niet kan worden
bereikt met het gekozen pakket, zal maatwerk ontwikkeld
moeten worden.
Door: Joop Jentink
Voor of tijdens het implementeren van een pakket kan
duidelijk worden dat het pakket niet voldoet op punten
als:
Interfacemogelijkheden met andere systemen.
Indien het bestaande pakket al interface-mogelijkheden
bevat, moet hier dikwijls aan gesleuteld worden om de
gewenste interactie met de andere systemen te waarborgen.
Output-wensen van gebruikers.
Dikwijls hebben gebruikers van een pakket extra wensen
m.b.t. de output van het pakket. Zo wil men graag lijsten
welke door een vroegere applicatie konden worden geproduceerd
ook in de nieuwe applicatie kunnen oproepen. Lijsten
welke wel door het pakket kunnen worden geproduceerd
moeten nogal eens worden aangepast met extra gegevens,
specifieke bedrijfsgegevens of logo's.
Volledigheid van het datamodel.
De voorgedefinieerde entiteiten zijn soms niet afdoende
om de gewenste gegevens te kunnen beschrijven. Het pakket
kan de mogelijkheid bieden om een aantal velden flexibel
te benoemen. In dat geval kan worden volstaan met een
extra inrichtingstaak van het pakket. Indien zo'n mogelijkheid
niet bestaat, zullen aanpassingen verricht moeten worden
op het datamodel en de onderhouds-schermen.
Bij het ontwikkelen van maatwerk aan een pakket is het
noodzakelijk zo goed mogelijk aan te sluiten bij de
structuur van het pakket zelf. Op het maatwerk moet
voortdurend onderhoud worden verricht omdat voor het
pakket dikwijls patches en nieuwe releases moeten worden
doorgevoerd. Om te voorkomen dat iedere wijziging van
het bestaande pakket grote implicaties heeft voor het
maatwerk moet zoveel mogelijk worden aangesloten op
binnen het pakket bestaande functies en procedures.
De meegeleverde informatie
is vaak onvolledig
Tijdens de bouw van maatwerk op een bestaande
applicatie blijkt het vaak lastig te achterhalen welke
business-rules in de applicatie zijn geïmplementeerd.
Vaak is de meegeleverde documentatie onvolledig of ontoereikend.
De ontwikkelaars van het maatwerk moeten dan zelf in
de sources van de applicatie achterhalen hoe bepaalde
gegevens benaderd kunnen worden. Keuzes die hierbij
gemaakt worden moeten goed gedocumenteerd worden om
later onderhoud soepel te laten verlopen. De organisatie
waarvoor maatwerk wordt gemaakt heeft vaak wel mensen
beschikbaar om patches door te voeren op de bestaande
applicatie of om applicatieset-up instellingen te wijzigen,
maar heeft niet altijd mensen beschikbaar om de impact
op het maatwerk te doorgronden. Goede documentatie is
dan van groot belang. De leverancier van het pakket
is immers niet op de hoogte van het maatwerk, zodat
wijzigingen op het pakket vanuit de leverancier niet
getest kunnen worden op de impact van deze wijzigingen
op het maatwerk. Vaak beperkt de klant zich tot het
op hoofdzaken hertesten van het maatwerk na een wijziging
op het pakket.
Als duidelijk wordt dat van het pakket in een later
stadium een web-enabled versie zal worden ontwikkeld
is het natuurlijk verstandig om hierbij ook alvast rekening
te houden bij het ontwikkelen van maatwerk. Vooral bij
de ontwikkeling van output kan men alvast vooruit lopen
op het feit dat hetzelfde maatwerk ook zonder al te
veel aanpassingen web-enabled gemaakt kan worden.
Het
standaardpakket van Oracle voor finance en manufacturing,
Oracle Applications, scoort goed ten aanzien van problemen
die kunnen ontstaan bij ontwikkeling van maatwerk. Binnen
het pakket zijn voorzieningen getroffen waardoor zelf
ontwikkelde schermen en rapporten eenvoudig geïntegreerd
kunnen worden met bestaande schermen en rapporten. Verder
is de documentatie goed en bevat het pakket een grote
hoeveelheid voorgedefinieerde rapporten welke, na eventueel
een aantal aanpassingen, door de gebruiker in het menu
kunnen worden gehangen. Veel entiteiten hebben zogenaamde
flex-fields zodat de gebruiker zonder tussenkomst van
een ontwikkelaar extra velden binnen entiteiten kan
definiëren en deze in schermen kan opnemen.
Het is van groot belang dat al in een vroeg stadium
wordt bepaald wat er aan maatwerk zal moeten worden
ontwikkeld bij keuze van bepaalde pakketten. Ook moet
worden onderzocht of het pakket voldoende ondersteuningsmogelijkheden
voor maatwerk biedt en hoeveel onderhoud zal moeten
worden gepleegd bij installatie van een batch of bij
introductie van een nieuwe release.

|