| |
Inbraakbeveiliging
Chris,
een kennis van mij, kwam na het zien van een film op het idee
zijn huis met behulp van de computer te beveiligen. Opmerkingen
van familie dat filmverhalen slechts zelden enige overeenkomst
met de werkelijkheid vertonen, konden hem op geen enkele wijze
van zijn besluit afbrengen.
Avonden zat hij te zwoegen op schema's en de opzet voor een
soort tijdslot dat door de computer moest worden bediend.
Al het zweet, bloed en de tranen werden beloond. Meer dan
enthousiast belde hij me op een vrijdagavond op dat hij nét
klaar was en nu van plan was om op zijn vrijgezellenflat de
zaterdag daarop een klein feestje te geven waar zijn unieke
beveiligingssysteem ten doop zou worden gehouden.
Toen ik
die zaterdagavond de vinger op zijn deurbel legde, bleek dat
een man/vrouw of zestien (plus één kind) dat
al vóór mij hadden gedaan. Afijn, op een bepaald
moment maande Chris iedereen tot stilte. 'En nu gaan'
en hij keek op zijn horloge 'over vijf minuten alle
deuren automatisch op slot. Niemand kan er dan meer in. Niet
bij de voordeur, niet via de balkondeur. Nergens. Zelfs de
ramen zijn hermetisch vergrendeld. Sterker nog: voor alle
ramen zakken onverwoestbare stalen platen!'
Iemand probeerde nog een opmerking in de trant van: 'Welke
gek zou het in zijn hoofd halen bij een vrijgezellenflatje
op de achtste verdieping in te breken via het balkon?', maar
deze dwarsligger werd volkomen genegeerd. Het 'moment suprème'
brak aan. En inderdaad... klik... alles sprong in het slot.
Toen de eerste ah's en oh's waren weggestorven, vroeg iemand:
'En hoe gaat het nou verder?'
Waarop Chris trots antwoordde: 'Nou blijft alles op slot tot
de volgende ochtend zeven uur.'
Op dat moment zei Jochempje, de achtjarige nakomeling die
nog even mee mocht: 'Mam, ik ben moe. Ik wil naar huis...'
En zijn moeder vroeg Chris vriendelijk of hij de deur dan
even wilde opendoen.
'Eh...' Chris schraapte wat zenuwachtig zijn keel. 'Tja, eh...
weet je... euh... dat tijdslot dat kan pas morgen open. Maar
dan al wel om zeven uur 's ochtends, hoor.'
We hebben
de hele nacht bij Chris doorgebracht. Met negen mannen, zeven
vrouwen en één kind. En dat in een vrijgezellenflat.
Met meer spanning dan we gewoonlijk de komst van het oude
jaar afwachtten, werd er uitgekeken naar de bevrijdende klik
van het slot. En toen dat de volgende ochtend inderdaad klokslag
zeven uur gebeurde en de stalen inbraakschermen zoevend omhoog
schoten zodat het ochtendzonnetje haar heldere licht over
deze duistere zaak kon laten schijnen, werd er menig opgeluchte
zucht geslaakt.
Chris
heeft nog diezelfde dag alle inbraakbeveiliging verwijderd.
Maar het was al te laat... Zijn kennissenkring van zestien
volwassenen en een kind bleek na een nacht te zijn gekrompen
tot een omvang van nog twee trouwe vrienden, veertien verre
kennissen en een kind dat nòòit meer bij 'Oom
Chris' op visite wilde. Een verzoek waar de beide ouders overigens
heel gretig op in gingen.
|
|