|
Silicon Valley verandert
in Tandoori Valley
Uitstroom
van IT‑banen naar lagelonenlanden
Onder de noemer ‘offshoring’
verplaatsen steeds meer IT‑bedrijven een deel
van hun niet‑plaatsgebonden activiteiten naar
lagelonenlanden als India, China, Maleisië en Rusland.
Nout Wellink van de Nederlandsche Bank verwoordde het
onlangs zo: ‘Als een Indiase computerprogrammeur driekwart
minder kost dan een Nederlandse werknemer en ook nog
het werk beter doet, ben je als bedrijf gek als je de
IT‑afdeling niet naar het Aziatische
land verplaatst.’
Voorzitter Henk van der Kolk van FNV Bondgenoten neemt daartegen stelling
en meent dat het uit ons land verdwijnen van hoogwaardig
werk een serieus probleem kan worden. Hij stelt voor
een extra heffing in te voeren voor bedrijven die banen
naar andere landen verplaatsen. Hij is verder van mening
dat het achterblijven van de innovatie één van de redenen
is dat bedrijven werk uitbesteden naar dergelijke gebieden.
Op zoek naar bezuinigingen nemen veel, met name grote, concerns hun toevlucht
tot ‘offshoring’. In de Verenigde Staten is het thema
al een gevoelig onderwerp in de verkiezingsstrijd; Nederlandse
bedrijven kijken nog even de kat uit de boom. Navraag
bij enkele IT‑bedrijven wijst uit dat we in ons
land (nog) niet zover zijn als in de VS.
‘Het onderwerp leeft zeker bij onze leden’, zegt Sylvia Roelofs, directeur
van de branchevereniging Nederland‑ICT. ‘Maar
ik zie nog geen grote hoeveelheden werk naar lagelonenlanden
gaan.’
Op dit moment is in Nederland ongeveer één op de vijftig IT‑banen verplaatst
naar vestigingen in lagelonenlanden. Volgens Paul Tjia
van GPI Consultancy, een adviesbureau voor verplaatsing
van automatiseringswerk, komt dat neer op ongeveer vijfduizend
computerspecialisten, die vooral in India zijn ingeschakeld.
Hij schat dat binnen tien jaar vijftigduizend banen
zijn uitbesteed. Studies van Ernst & Young gaan
overigens uit van een langzamere groei van die uittocht.
Toch schatten ook zij dat in 2004 zo’n vijftienduizend
banen zullen wegvloeien. Onderzoeksbureau IDC denkt
dat ‘enkele tienduizenden werkplekken’ in de komende
vijf jaar naar dergelijke landen zullen verdwijnen.
Dit jaar vloeide landelijk voor zestig miljoen euro
aan uitbestedingscontracten naar lagelonenlanden. Volgens
IDC kan dit nog voor het einde van dit jaar verviervoudigen.
In 2007 zou de totale waarde van het uitbestede ICT‑werk
kunnen oplopen tot een half miljard euro.
Volgens bureau Forrester hebben grote automatiseerders als IBM, EDS en Accenture
al tienduizenden banen naar India overgeheveld. Over
een jaar of tien zullen naar hun verwachting ruim 63
miljoen Amerikaanse banen richting lagelonenlanden zijn
ABN‑AMRO heeft plannen om meer dan de helft van de achttienhonderd automatiseringsbanen
in Amsterdam over te hevelen naar India. ING Bank denkt
aan een verzesvoudiging van de uitbesteding binnen de
komende twee jaar. Shell heeft aangekondigd in de komende
drie jaar duizend ICT‑banen, deels ook uit Nederland,
te verplaatsen naar Maleisië. Ook Philips heeft plannen
in die richting.
Overigens is misschien wel de naam ‘offshoring’ tamelijk nieuw, het verschijnsel
zelf is dat zeker niet. Al zo’n twintig jaar geleden
lieten Nederlandse IT‑bedrijven programmeerwerk
over aan bedrijfjes in India.
China — toch het land met de snelstgroeiende economie ter wereld — wordt door
Paul Tjia op dit moment nog niet gezien als een belangrijke
vestigingsplaats. Vooral de gebrekkige kennis van de
Engelse taal vormt daar nog een struikelblok, maar ook
dat kan snel veranderen.
Tjia hierover: ‘De Chinese overheid heeft het taalprobleem inmiddels onderkend
en er worden nu intensieve taalcursussen aan de bevolking
gegeven. Dat zal over een jaar of vijf z’n vruchten
gaan afwerpen.’
Toch zijn bij veel Nederlandse bestuurders ook andere geluiden te horen. In
de afgelopen jaren is naast taal ook cultuur vaak een
probleem gebleken. Veel Nederlandse ondernemers zijn
daarom voorzichtig met het nemen van dergelijke stappen.
Bestuursvoorzitter Klaas Wagenaar van Getronics denkt
zelfs niet over een avontuur in India. Van collega‑bestuurders
hoorde hij dat bijvoorbeeld het personeelsverloop erg
groot is.
‘Sommige werknemers komen na de lunch niet meer terug omdat ze een andere
baan hebben. Zo gaan bergen kennis verloren.’ Ook bij
Wilbert Kieboom (Atos Origin) is weinig enthousiasme
over ‘Tandoori Valley’ te bespeuren. De automatiseerder
heeft er enkele duizenden mensen in dienst.
‘Door de concurrentie zijn de lonen enorm gestegen. Er zitten nu zoveel bedrijven
dat het moeilijk is om daar nog geschikt personeel te
vinden. Soms moeten we mensen in Europa werven om de
kwaliteit te kunnen garanderen.’
Hij denkt dan ook niet aan uitbreiding in India. Alleen wanneer een project
snel af moet en de prijs niet zo belangrijk is, werken
er mensen uit alle landen — en dus ook uit India — mee.
Als het goedkoop moet, kan ik in Portugal terecht. Verder
komen landen als Iran, Vietnam, Libanon en Ghana op.
Het gaat dan vooral om de ontwikkeling van administratieve
software en spelletjes.’
Het blijkt dus dat de voordelige en
de nadelige kanten van ‘offshoring’ per land verschillen.
Een belangrijke misvatting is dat in dergelijke lagelonenlanden
gekwalificeerde mensen in grote drommen voor ons klaarstaan.
Met name in China en zeker in India is het opleidingsniveau
over het algemeen laag.
Bovendien zijn de economieën in deze landen zelf sterk groeiend, waardoor
de eigen behoefte aan programmeurs en andere hoog opgeleiden
groot is en groeit. Het opleidingstraject om van iemand
een goede programmeur te maken is lang. Een bedrijf
dat offshore gaat moet ook rekening houden met het gegeven
dat bestaande klanten van bedrijven in die landen belangrijker
zijn dan nieuwe; een factor die zijn oorsprong vindt
in het verschil met onze cultuur. Het moment zal dan
ook komen waarop niet langer de kopers van diensten
uitmaken wat er gebeurt, maar de aanbieders. Het wordt
een harde strijd om het juiste personeel te vinden.
Ook over tal van andere factoren bestaan misvattingen. Het idee dat men in
technisch opzicht achterloopt, gaat bijvoorbeeld voor
Rusland helemaal niet op; denk maar aan hun ruimtevaartprojecten.
Verder bestaan er veel misvattingen over cultuurverschillen, die vervolgens
doorwerken op gebieden als het maken van afspraken,
onderhandelen, het brengen van slecht nieuws enzovoort.
De praktijk van uitbesteding bestaat dan soms vooral
ook uit irritatie en meerwerk.
Vaak wordt gedacht dat offshore gaan eenmalig is, dat nieuwbouw van software
over de grenzen gebeurt en dat onderhoud hier in Nederland
blijft. Het omgekeerde is eerder het geval. Nieuwbouw
staat onderaan het lijstje van activiteiten die naar
lagelonenlanden verhuizen:
- Klein onderhoud aan applicaties;
- Remote system administration;
- Herschrijven van core systemen;
- Vervangen bestaande applicaties;
- Remote beheer databases;
- Uitbreiden bestaande applicaties;
- Nieuwbouw.
Maar de IT‑activiteiten in ons land bestaan voor twintig procent uit
nieuwbouw en voor tachtig procent uit onderhoud. In
dat laatste zal offshoring een grote rol kunnen vervullen
Op naar India
Deze zomer ging Jan Pendzick — een 27‑jarige software support specialist
bij Synygy Inc. — terug naar haar werk in India.
Ze hoopte daar ten minste een jaar te blijven
en misschien wel een managementpositie te verwerven.
‘Het is moeilijk werken in India. Ik start om half twee in de middag en werk
dan soms door tot half twee in de morgen’ zegt
ze. Ze legt uit dat ze op die manier zoveel
mogelijk het tijdverschil (met de software‑ontwikkelaars
die ze in de VS ondersteunt) probeert te overlappen.
Dit is Pendzick’s tweede reis naar India. Ze had er eerder voor een periode
van zes maanden gewerkt, nadat ze zich had aangemeld
als vrijwilligster voor het helpen opstarten
van een nieuw kantoor in het buitenland.
‘Ik heb me meteen aangemeld, omdat het een uitstekende kans was, zowel in
persoonlijk als in professioneel opzicht’ verklaart
ze. ‘Mijn alternatief was mijn huidige baan
in de VS voort te zetten. Hier in India heb
ik de mogelijkheid veel meer te leren.’
Maar ze verdient minder, veel minder. Haar salaris, zegt ze, is ongeveer een
vijfde van wat ze verdiende toen ze in de VS
werkte, hoewel het bedrijf wel een deel van
haar onkosten betaalt.
‘Ik krijg hetzelfde betaald als de mensen hier in India,’ zegt ze, refererend
aan haar Indiase vakgenoten.
‘Maar’, zegt ze er snel achteraan, ‘ik heb mijn auto weggedaan, heb mijn appartement
in de VS opgezegd en heb verder geen rekeningen.
Mijn salaris blijft onaangeroerd, want het bedrijf
betaalt voor mijn huisvesting, de lunch op het
werk is gratis en ik ontvang een bepaalde hoeveelheid
rupees om te gebruiken voor diner‑ en
waskosten.’
Een bijkomend voordeel voor haar is dat haar vriend ook in India verblijft.
Op de vraag wat ze er van vindt dat Amerikaanse IT‑banen naar landen
als India verdwijnen, antwoordt Pendzick dat
ze niet in die termen denkt.
‘De globalisering maakt nu eenmaal dat bedrijven op die manier moeten gaan
werken,’ zegt ze.
|
|