Terug naar de beginpaginaCentor Homepage

Oracle Exadata Storage Server en Oracle Real Application Clusters

Het antwoord van Oracle op de explosieve groei van data

Hoewel de hoeveelheid data niet zo snel groeit als de kreet ‘het verdubbelt elk jaar’ doet geloven, is de groei van data in de wereld aanzienlijk. De behoefte aan data-opslag zou zelfs in 2010 op 1000 Exabytes moeten liggen. Die data-explosie stelt hoge eisen aan de manier waarop we de data moeten opslaan en beheersen. Oracle zou Oracle niet zijn als ze daar niet al mee bezig was. Mogen wij u voorstellen: Oracle Exadata Storage Server, Oracle Real Application Clusters en de HP Oracle Database Machine.

Data. De wereld raakt erdoor overspoeld. Uw aankopen registreert onze landelijke grootgrutter via uw AH Bonuskaart online, banktransacties worden opgeslagen, e-mailverkeer suist over de wereld, miljoenen webpagina’s staan ergens gestationeerd... Het heeft allemaal met data te maken. En het is een stroom die groeit als kool. Vandaar ook het gezegde in de IT-sector ‘elk jaar een verdubbeling’. Maar recent onderzoek1 toont aan dat dit wat overdreven is. In het vorig jaar kende slechts 3,4% van de bij het onderzoek betrokken organisaties een groei van meer dan 100% en had 7,1% van de respondenten te maken met een toename die tussen de 50 en de 100% lag. Het merendeel van degenen die deelnamen aan het onderzoek behoorde tot de categorie waarin de groei lag tussen de 0 en 24%.
Hoe het ook zij, één ding is duidelijk: de datastroom groeit nog altijd fors. Vooral ook omdat steeds meer organisaties beseffen hoe belangrijk data voor het succes van een organisatie is. Daarbij stelt data — en we zien het even los van de privacy-perikelen — een organisatie in staat effectief en efficiënt te handelen. Tegelijkertijd kan de klantgerichtheid ook dankzij goed databeheer een forse sprong vooruit maken.

Behoefte wereldwijd 1000 Exabytes
Maar daar noemen we iets: goed databeheer. De omgang met de datastroom vereist in de eerste plaats voldoende opslagcapaciteit. Onderzoek uit 20072 gaf aan dat de wereldwijde behoefte aan data-opslag zo rond 2010 op pakweg 1000 Exabytes (1000 miljard Gb) zal liggen. En zo’n gigantische datastroom stelt eisen aan hardware, maar evengoed aan de software en aan de Database Administrator. Nu is dat laatste iets waar Oracle, zoals bekend, continu aandacht voor heeft. Sterker nog, gezien deze ontwikkeling heeft Oracle zelfs de handen ineen geslagen met Hewlett Packard, wat eind vorig jaar resulteerde in de HP Oracle Database Machine. Deze hardware zorgt ervoor dat de Oracle Database nu nog beter presteert.
Maar de kernwoorden in het geheel zijn efficiëntie en effectiviteit. Want om die beide zaken te verkrijgen en continu te optimaliseren, zoeken we naar steeds beter.

Next Generation Data Center
En dat steeds beter maakt dat je al gauw in termen als Next Generation Data Center terechtkomt. Die term wekt de indruk dat het gaat over de toekomst van het databeheer. Dat is ook wel zo, maar in een andere context dan een DBA mag verwachten. Next Generation Data Center is namelijk de verzamelnaam die gebruikt wordt om een veelheid aan maatregelen aan te geven om efficiënter met data centers om te gaan. Denk aan hergebruik van energie, energiebesparing, betere koelsystemen, commodity hardware, kostenbesparing en een lagere milieubelasting. En dat kan heel ver gaan. Een goed voorbeeld van zo´n data center dat klaar is voor de ´next generation´ is Evoswitch in Haarlem (www.evoswitch.com).

Kijken we naar de organisaties die met data moeten werken, dan blijkt uit onderzoek3 dat die daar in het geheel niet op voorbereid zijn. Meer dan de helft geeft aan in het vorig jaar ingeboet te hebben aan productiviteit vanwege een data overload op kritieke zakelijke aspecten. En 25% geeft vrijwillig voorbeelden van waar hun organisatie pijnlijk werd getroffen door slechte data performance. Voor al die organisaties reden hun opslagcapaciteit in 2009 fors uit te breiden.
Het is dus zaak te zorgen voor voldoende opslag en goede software om de data adequaat te kunnen beheersen.

De Oracle Exadata Storage Server
Oracle zou Oracle niet zijn als men zich ook niet over deze situatie had gebogen. Het resultaat? De Oracle Exadata Storage Server (OESS).
De OESS zorgt voor een hoge prestatie, een goede bestuurbaarheid en dito beschikbaarheid voor database applicaties. De OESS maakt gebruik van een innovatieve architectuur die bestaat uit een schaalbare I/O bandbreedte, intelligentie die is geïntegreerd in het opslagsysteem en commodity hardware.
Deze opstelling werd getest door een onafhankelijke instelling4 die meervoudige concurrent warehouse queries afzette tegen een meermiljarden row data warehouse schema met behulp van Oracle Database 11g. De queries waren van een bescheiden complexiteit en de database — hoewel samengesteld — was opzettelijk zo in elkaar gestoken dat deze overeenstemde met de uitdagingen die een echt data warehouse query proces stelt.
De test werd uitgevoerd op hardware die gelijk is aan een single-rack HP Oracle Database Machine, namelijk veertien OESS’s en acht Oracle Real Application Clusters (RAC) database servers.
De OESS single rack configuratie leverde data vanuit de opslag af met een snelheid van 14Gb per seconde. Dat is meer dan de meeste Oracle-klanten in de praktijk ervaren, zelfs met dedicated high end, multi-rack enterprise arrays. Sterker nog, enkel vanwege de intelligentie in de OESS’s slaagden de acht RAC-servers in deze configuratie erin database-scans uit te voeren met deze snelheid. De test maakte duidelijk dat de drie beweerde voordelen van de OESS-architectuur (high storage bandbreedte, intelligent processing en gereduceerde eisen ten aanzien van ruimte, vermogen en koeling) reëel zijn.
Testuitvoerder Winter Corporation is dan ook van mening dat Oracle data warehouse users voor hun databeheer dienen te overwegen de OESS-productfamilie in te zetten.

Oracle Real Application Clusters
In combinatie met de OESS wordt hierboven ook gesproken over Oracle’s Real Application Clusters (RAC). Oracle’s RAC is een optie bij Oracle’s Database 11g Enterprise Edition en maakt deel uit van Oracle’s Database 11g Standard Edition. Oracle RAC ondersteunt de inzet van een enkele database voor een cluster van servers. En zorgt daarmee voor een onverslaanbare fouttolerantie, prestatie en schaalbaarheid, zonder dat daarvoor applicatie-aanpassingen nodig zijn.
Het valt analisten op dat het belang van RAC groeit bij een brede groep klanten die het inzetten voor transaction processing en data warehousing. Eind 2003 kende Oracle een kleine 1000 klanten voor RAC, op dit moment ligt dat aantal ver boven de 15000.
Niet ten onrechte, want in de achterliggende acht jaar heeft Oracle haar RAC-technologie aanzienlijk verbeterd; zeker op het punt van beheersbaarheid. Maar ook is er minder kennis van zaken nodig voor de implementatie en het werken ermee. Hoewel de complexiteit dus is afgenomen, blijft clustering een complexe aangelegenheid die gespecialiseerde DBA’s vereist en training en vaardigheden op het vlak van system administration. En daar ligt dan meteen een ‘pijnpunt’. Hoewel het elke organisatie die naar horizontale database scaling zoekt (en flexibiliteit wil realiseren door een veelheid van databases in een cluster te laten draaien met behoud van de mogelijkheid de infrastructuur te delen, die overbodige of passieve resources wil verminderen en de failover times voor node failures wil reduceren), valt aan te bevelen RAC eens terdege onder de loep te nemen, is de waarschuwing op zijn plaats niet te licht te denken over de implementatie van deze technologie. Vooral voor kleinere organisaties.
Gartner vroeg twaalf klanten naar hun ervaringen met Oracle’s RAC en tekende op dat deze zonder uitzondering van mening waren dat de opbrengsten de kosten rechtvaardigden.
Hoewel Oracle zich op dit moment met tal van zaken bezighoudt en de database echt niet het enige is waar de organisatie het van moet hebben, zal men de database als onderwerp voor software-inspanningen blijven handhaven. De verwachting is echter wel dat virtualisatie van de bestaande data-opslag infrastructuur de komende jaren een steeds belangrijker rol zal gaan spelen.

Bronnen
1. Unisphere Research
2. EMC & IDC
3. BPM Forum
4. Winter Corporation

De HP Oracle Database Machine

De HP Oracle Database Machine is gebouwd om te zorgen voor extreme prestaties bij data warehouses. Hij is speciaal ontworpen voor multi-terabyte data warehouses met I/O-intensieve werkbelasting. Bij de bouw is gebruik gemaakt van voor de industrie ontworpen hardware van Hewlett Packard (HP) en software voor slimme opslag van data van Oracle. Daardoor is de Machine een compleet, geoptimaliseerd en gepreconfigureerd pakket van software, servers en opslagcapaciteit geworden. Hierdoor is de HP Oracle Database Machine in staat business queries direct en op grote schaal te verwerken. Vaak zelfs met een snelheid die tien keer (of meer) is dan men gewend is.
De HP Oracle Database Machine bestaat uit acht HP Database servers (DL360 G5 servers), veertien Exadata Storage Servers, vier Infiniband switches, Oracle Database 11g Enterprise Edition (met Real Application Clusters en Partitioning als optie beschikbaar) en werkt met Oracle Enterprise Linux. Het geheel is in een standaard rack ondergebracht.


OC Centor BV
Fultonbaan 2b
3439 NE
Nieuwegein
tel. 030 6020060

Realisatie:
Beaumont Tekst&Ontwerp
H. Dunantweg 20 2400BD
Alphen a/d Rijn
tel. 0172 419370

: Dagelijks Nieuws :
Klik hier voor een actueel overzicht van Linux, Unix, Oracle, DWH, BI, Java, Database, Emercing Technologies, Security, ICT en Financieel nieuws.